Pagina's

woensdag 22 juni 2016

Zomerstop

Matthijs is naar Frankrijk, de voetballers doen alleen nog maar oefenwedstrijdjes en het duurt niet lang of ook Mark en kornuiten gaan met de pootjes omhoog. Dus ik dacht, ik ga ook maar eens met zomer stop.

Even een tijdje:

Kortom, alle dingen die ik afgelopen jaar ook heb gedaan, maar dan in een versnelling lager. 

Hopelijk krijg ik van een stop weer jeukende vingers en barstens veel ideeën en horen jullie binnenkort weer van me. Tot de tijd, lees lekker terug wat je gemist heb, stuur me reacties en tips en volg me op Facebook en Twitter

Fijne zomer gewenst! 

deze strip is van Sarah's Scribbles



zondag 12 juni 2016

No such thing as the real world

I wanna run through the halls of my high school
I wanna scream at the top of my lungs
I just found out there's no such thing as the real world
Just a lie you've got to rise above




zondag 5 juni 2016

Het sociaal domein, dat spreekt toch voor zich?

Mijn werk speelt zich af in het Sociaal Domein. Toen ik aan dit werk begon wist ik niet wat het Sociaal Domein precies was, dus schaamt u zich vooral niet als u dat ook niet weet. Afgelopen jaar ben ik er bekend mee geworden. En ik kan u vertellen, het is een fascinerende, sibillijnse heerlijkheid, die zelfs voor ingewijden zijn mystiek nooit geheel verliest. Toch wil ik u graag een inkijkje geven in het reilen en zeilen van dit rijk, en nadrukkelijk op de taal die men aldaar gebruikt om zich uit te drukken.

Het Sociaal Domein is een land van werkenden die zichzelf 'sociale professional' noemen, soms 'sociaal professional'. Er zijn talloze aftakkingen van deze beroepsgroep, waaronder sociaal werker, maatschappelijk werker, opbouwwerker, kwartier maker, en doelgroep werkers zoals ouderen werker en jongeren werkers. Maar voor nu houd ik het even algemeen op de 'sociaal professionals'.
Kenmerkend is dat de sociaal professionals niet betaald worden door wat zij hun 'klanten' noemen (voorheen 'cliënten', maar daar zijn de meesten nu mee gestopt), maar direct of indirect door de overheid. Soms aangevuld door ziektekostenverzekeraars of mensen uit het netwerk van de klanten, denk aan eega's of ouders.
Het duurde even voor ik door had hoe het werk van de sociaal professionals het beste te begrijpen. Volgens mijn collega's is dat ook een hardnekkig probleem binnen de sector: dat de sociaal professionals (in het algemeen!) niet zo goed kunnen uitleggen wat hun werk precies inhoudt tegenover mensen die niet volledig zijn ingewijd in het domein. Met als gevolg een gebrek aan legitimiteit voor het werk.
Na een jaar werken in dit domein, heb ik een donkerbruin vermoeden wat hun werkzaamheden zijn. Ik heb er het nodige over gelezen en ik ben afgedaald vanuit de ivoren toren der boekenwijsheid en heb me in de praktijk (onder sociaal professionals omschreven als 'met je laarzen in de modder') begeven. Aldaar heb ik een aantal van hen persoonlijk mogen ontmoeten en gezien hoe het 'helpen' in zijn werk gaat.

De sociaal professional helpt zijn klanten met het verbeteren van het welzijn. Welzijn is een soort van niet-medische gezondheid. Veel sociale professionals zullen zeggen dat ze niet helpen, maar dat ze 'faciliteren' of 'ondersteunen'. Sommige sociale professionals vinden zelfs dat nog te paternalistisch en spreken liever van het 'naast de klant staan'. De klant wordt overigens soms systeem genoemd, wanneer het een gezin of ander soortige samenstelling van mensen betreft.
Dit doen ze door huisbezoeken, ofwel 'keukentafelgesprekken'. In dit soort gesprekken proberen ze, op een 'laagdrempelige' manier, de 'vraag-achter-de-vraag' te achterhalen. Dat kan natuurlijk alleen door middel van het vertrouwen van de klant. Gezien de geschiedenis van deze 'systemen' is 'nader tot hen komen' op zich al een hele klus. Het is veel klanten overkomen dat ze na een paar gesprekken met een sociaal professional weer werden 'losgelaten', terwijl ze nog steeds geen steek verder waren gekomen. Of nog erger, dat de hulpverlener gelijk begon met het overnemen van het probleem, het oplossen, terwijl ze eigenlijk nog geen idee hadden van wat het probleem eigenlijk was. Die vraag-achter-de-vraag achterhalen is dus cruciaal.
Middels het informatie verstrekking en advies kunnen de meeste problemen 'uit het problematische worden gehaald' en geworden 'genormaliseerd'. In zin geval is 'opschalen naar specialistische hulp'  niet nodig en hoeft het ook allemaal niet gemedicaliseerd te worden. Eenmaal daar is het nog slechts een kwestie van de klant 'in zijn kracht zetten' en 'het netwerk betrekken'. 
Maar! Te allen tijde moet de sociaal professional in het achterhoofd houden: het netwerk is allang betrokken bij de klant als het slecht met hem of haar gaat. Bovendien blijft het netwerk in het leven van de klant, terwijl de hulpverlener slechts een 'passant' is. 
In de 'eigen kracht conferenties' neemt de klant zelf de regie en maakt een 'haalbaar, helpend plan'. Daarna is het voor de professional een kwestie van 'loslaten'. Sociaal professionals moeten niet 'zorgen voor de klant, maar zorgen dat de klant' 'zelfredzaam' wordt. Alleen dan schept de sociaal professional ruimte om zich voldoende te kunnen richten op 'preventief werken'.

Zo teruglezend kan ik niet anders dan denken: dat is allemaal toch heel concreet?


zondag 29 mei 2016

De plompheid der mensen

Tijdens een vliegtochtje word je altijd op een zeer pijnlijke manier geconfronteerd met de plompheid van het soort volk dat je in het dagelijks leven kunt ontlopen. Zeulende mensen met veel te grote handbagage, het rijen vormen ook al gaat de gate pas uren later open, het niet luisteren naar de aanwijzingen van de omroepster, het gevreet in en om de luchthaven. Dat is allemaal nog tot daaraan toe. Maar vanaf het moment dat we met z'n allen in de buik van het vliegtuig gepropt worden, begint de ellende pas echt.
Om te beginnen: waarom stappen mensen niet aan de goede kant van het vliegtuig in? Gewoon zoals de stewardess het gezegd heeft? Waarom? Dan hoefde je nu namelijk niet zo irritant langs elkaar heen te proppen.
Dan: waarom heb je haast? Werkelijk. Iedereen heeft een aangewezen plaats. Die blijft dus gewoon leeg tot jij er aan komt. Wacht gewoon je beurt af!
En dan dat gehannes met die koffers. Als je koffer niet onder de stoel voor je past, had je kleiner moeten inpakken. Die te grote koffers, die ik niet anders kan zien dan de ultieme uiting van krenterigheid om te betalen voor de ruimbagage, zijn geen acceptabele motivatie om je met je sowieso al te dikke lijf langs andere passagiers te wurmen. Wacht gewoon je beurt af.
En houdt op met dat dat nep-Engelse 'exkjuws mie, pardon' te mompelen, terwijl je bedoelt: 'Aan de kant, hier komt de koningin die op weg is naar haar wél verdiende vakantie. Luister, plebs. Hare majesteit wil naar haar stoel dus moven en vlug een beetje.'
Ja, dat is denk ik wel hetgeen waar ik me het meest aan erger, die 'dit heb ik verdiend, dus sta me niet in de weg of ik beuk je aan de kant'-attitude. Kijk, ik weet best dat het gros van de mensen in zo'n vliegtuig heel hard heeft gewerkt en die vakantie ook echt verdiend heeft. Daarbij opgeteld dat ze, hoe volkser hoe minder vliegervaring, best zenuwachtig zullen zijn. Maar dit lompe, duw-, jakker- en dringgedrag maakt een agressie in mij los die alleen fysiek te uiten is.
Gelukkig vlieg ik meestal tweede klas met een of andere goedkope vliegmaatschappij, waar fysiek contact inbegrepen is bij de alleen-handbagage-en-onmogelijke-vliegtijden-deal. Je bent namelijk aangewezen op fysiek contact met je buurman of -vrouw.

Afgelopen maand vloog ik met Christina naar Rome. Drie stoelen rechts van het gangpad, drie stoelen links. Christina en ik zaten naast elkaar, met het gangpad ertussen. We hadden dus allebei onze eigen, bepaald niet zelfgekozen buurman met-zonder manieren, gebrek aan gevoel persoonlijke ruimte of bescheidenheid.
De man naast mij was een Nederlandse Aziaat die waarschijnlijk leed aan een driedubbele jetlag want zodra hij zat viel hij in slaap: gezicht naar mij gekeerd, licht snurkend en vooral zijn mond op pijpstand: gespreid voor een Aziatisch formaat.
Aangezien hij bij een licht duwtje van mijn kant hij zich verslikte en hij zich omdraaide, viel mijn buurman wel mee. Helemaal in vergelijking met de oorlog die Christina aan het voeren was met haar buurman. Die met stokken en ringen doorboorde hippie had besloten om zijn dreadlock hoofd te parkeren in zijn hand die rustte op het stoelleuning tussen hem en Christina. Hij hing zowat over haar heen en áls hij in zijn slaap gekwijld had, was dat sowieso op haar bovenbeen gevallen.
Ondertussen probeerde Christina van alles om haar deel van de stoel terug te krijgen, maar het mocht niet baten. Ze wees me een paar keer het probleem aan, maar in stilte; met rollende ogen en playbackend: oh My God, die man!
Pas toen we na de landing het vliegtuig uit gehost waren, en buiten gehoorsafstand van de basterd stonden, baste ze los: 'Dat was dus echt totale kutzooi! Die man naast mij! Ik bedoel je mag best die leuning innemen, maar mijn hele stoel?! Godsamme hé. En ik heb alles geprobeerd! Duwen, porren, beuken, zuchten, snuiven, hijgen... Niks. Hij bleef gewoon slapen en over me heen hangen.'

Toen ze uit gebriest was, waren we klaar voor de volgende confrontatie: de shuttlebus die ons naar het vliegveld zou brengen. Nog zo'n feest.


zaterdag 21 mei 2016

Een waterstroom gedachten

 Douchen is heerlijk. Een ultiem ontspannen manier om het lichaamsvuil en de spanning van de dag van je af te spoelen. Onder de waterdruk vervormen de spieren van star naar ontspannen, terwijl ik dromerig naar mijn voeten staar. Het water vloeit door mijn haren als ik zachtjes heen en weer wieg. Het stroomt langs mijn nek, via mijn rug en glijdt van mijn billen kletterend op de grond. Als ik me opdraai om het water in mijn gezicht te laten vallen, verwarmt het mijn nek, masseert het mijn borsten en meandert het over mijn buik via mijn benen naar de grond. De douche is een van de plekken waar ik geen drukte in mijn hoofd heb of prikkels krijg waartussen ik onrustig moet schakelen.
Geregeld verzin ik onder de douche de verhalen, columns en blogs. Min of meer vanzelf, omdat ik er onbewust op heb gebroed. Flarden van zinnen waaien langst terwijl ik elk stukje van mijn lichaam vertroetel met het warme water. Ik staart voor me uit naar de muur, de wasmachine, mijn badjas en mijn handdoek die samen op een haakje hangen aan de deur. De deur die altijd op een kier staat.
Ik durf mijn hoofd niet te lang achterover te gooien en het water mijn zicht te laten vertroebelen. De geluiden van het huis te laten vermengen met het water, als het langs mijn oren stroomt. Dan kan ik niet zien of er iemand binnenkomt. Niet horen wat er buiten de badkamer gebeurt. Zijn dat de katten die aan het spelen zijn of is dat een deur die door een mensenhand wordt opengeduwd? Ik luister aandachtig, terwijl ik naakt in de badkamer sta, met als enige wapen de trekker.

De vorige bewoonster van dit huis heeft hier op z'n zachts gezegd geen goede tijd gehad. Afgaande op de verhalen van de buren werd haar leven bepaald door drugs, psychoses en ruzies met verschillende mannen die haar financieel onderhielden voor een tegenprestatie in natura. De laatste keer dat ze in dit huis was, is ze door de politie uit haar huis gesleept. Krijsend en tierend.
De buurt gonst nog van de spookverhalen over die meid. Volgens de patatmadam terroriseerde ze de buurt en joeg de op straat spelende kinderen de stuipen op het lijf. Bij het ontdekken dat Art en ik de nieuwe bewoners van het spookhuis waren, lichtten de ogen van de buurtkinderen op. En naarmate de maanden vorderen durven ze steeds dichter bij onze portiek.
De onderbuurman spreekt ronduit kwaad over haar. Hij heeft me laten zien dat de afvoer van haar douche en die van de wc dwars door zijn slaapkamer lopen. De man heeft geen goede gezondheid en heeft zijn nachtrust hard nodig. Achter een gipsen wandje kletterde voorheen meerdere malen per nacht een waterval. Vermoedelijk van de heren die de sekstranspiratie van zich af douchten.
Of misschien was het de vrouw zelf onder die douch. Wanneer ze weer alleen was. Zou zij, net als ik, schichtig hebben geluisterd naar de geluiden in het huis, terwijl ze onder de douche stond? Zou het alleen water zijn geweest dat door zijn onderbuurmans slaapkamer de grond in verdween? De douche is immers een perfecte plek om in je eentje te huilen. Zittend op de grond, terwijl het water over je rug valt, langs via je haren, over je rug, de grond in. Doordat je tranen worden vermengd met het water is het bijna alsof je niet huilt.
Maar misschien hield zij, net als ik, van douchen omdat je je kunt ontspannen terwijl het water de dag wegspoelt. Misschien kon ze haar demonen onder de douche omvormen tot creativiteit. Verhalen bedenken, kunstwerken visualiseren.


Als ik douch moet ik altijd eventjes aan haar denken. Waar zou zij aan gedacht hebben? Hoe zou haar lichaam, na noeste arbeid, medicatie of zwaarder spul, gevoeld hebben onder deze douche? Hield ze van heet of van koud douchen? Zou ze net als ik haar gedachten laten meegolven met de milde temperatuurwisselingen? De gedachten laten meestromen naar een andere wereld?


zondag 1 mei 2016

Dat ultieme Loesje-moment

“Het lijkt me echt leuk, zo'n vriend in de muziekwereld. Elke keer mee naar allerlei optredens.” Ik ben blij dat ik weer eens een nieuwe vriendin mee heb naar een optreden van Art. Maar aangezien het haar eerste keer is bij een optreden, weet ze nog niet: een vriend in de muziek is meer dan gezellige optredens om samen met vriendinnen naartoe te gaan.
Met het succes van Arts twee bands[1], heeft hij bijna elke week wel een optreden. En hoewel ik een vrij grote groep, feest-liefhebbende vrienden heb, raakt met deze frequentie zelfs die vriendensupport uitgeput. Daarom sta ik regelmatig in mijn eentje bij een optreden.

Elke week een optreden. Van zoveel plezier wordt een mens blasé. Ik voel me soms net een kermismedewerker, die totaal immuun is geworden voor de sensaties die zijn werk teweeg brengt. Ik heb me bijvoorbeeld eens totaal staan vergapen een twee jongens die het engste elastiek-schiet apparaat bedienden op de kermis op de Dam. De passagiers van dit levensgevaarlijke ding vonden het maar wat spannend. Stijf van de adrenaline gilden ze het uit toen ze in het bakje de hemel in werden geschoten. De kermisjongens deed het echter niks. Ze hadden de trip al ontelbare malen goed zien gaan en keken dus liever op hun telefoon dan naar de passagiers die dachten dat ze de dood ingeschoten werden.
Zo is het ongeveer ook om aanhang te zijn van een band. De eerste keer dat je een nieuw liedje hoort word je blij: “cool liedje!” Na een paar keer word je blij omdat je de hele tekst kan meezingen. Maar er komt een punt dat noch de tekst, noch het liedje je nog iets doet. Dan ga je je vergrijpen aan je telefoon of vergapen aan het publiek dat wel nog helemaal jazzed wordt van de muziek. 
En ook de backstage, de geheime achterkant van de optreedlocaties beginnen te vervelen. Toegegeven, soms komen Arts bands op de meest vette plekken. De Melkweg, Tivoli, Sugar Factory, bevrijdingsfestival – Heineken Music Hall moest ik helaas overslaan. Maar even vaak komen we op de meest wazige plekken zoals tochtige loodsen, kroegen die live muziek er een beetje bijdoen en muren met eierdozen beplakken om hun buren enigszins te vriend te houden, en verlaten bunkers in weilanden. Een dieptepunt was een pleintje op Almere... Do I need to say more?
Opmerkelijk genoeg ziet het er backstage altijd ongeveer hetzelfde uit. Een hok. Meestal niet groter dan twee bij vier. Daarin een paar niet bij elkaar passende, goedkope stoelen en een tafel die bezaaid ligt met halflege flessen cola, biertjes, ontplofte chipszakken, lege blikjes en andere snacks om de wachttijd door te komen. Gelukkig zit Art niet in een scène waar de naalden en spiegeltjes door de kleedkamer zwerven.

Je zou je bijna afvragen waarom ik blijf meegaan - los van het feit dat Art heel goed is in lief vragen. In mijn eentje ronddwalen in de front- en backstage gangen, hallen, hokken en zalen van de uitgaansgelegenheden. Keer op keer diezelfde playlist... 
Maar op het moment dat de spotlights aangaan en de band op het podium begint, weet ik weer wat ik daar doe. Vanaf de eerste klanken staat mijn boy met zijn maten te schitteren. Het publiek luistert aandachtig of danst gehypnotiseerd mee. De muziek waar ze maandenlang aan gewerkt hebben, komt op het podium pas echt tot zijn recht.
En de meest belangrijke reden dat ik keer op keer kom is mijn lief zien shinen. Iedereen weet dat de leukste van de band[2] altijd de drummer is. En dit is mijn drummer. Hem zien spelen is mijn ultieme Loesje-moment. 'Hoor de drummer speelt een break. Zij voelt in haar hart een steek'. Niet het uitgaan, een vriend in de muziekwereld of de privileges om overal backstage te mogen, maar mijn vriend op het podium, dat is wat elk optreden voor mij weer magisch maakt.


ps. Deze blog is onder meer geïnspireerd op een stripje van Vera van Groos, geweldige striptekenaar en vriendin van een muziekman. http://daily.veravangroos.nl/ 







[1]  mijn lievelingsnummer hier te beluisteren
[2]   De Beatles uitgezonderd